Knaagdier als huisdier

De chinchilla als huisdier

paarden De chinchilla wordt onterecht ook weleens ‘boomkonijn’ genoemd. Het diertje leefde oorspronkelijk in Chili en Peru en men ontdekte toen zijn unieke pels (ongeveer 40 haren per haarzakje). Naar aanleiding van deze vondst werden de pelzen in Europa verkocht. Rond 1910 was de chinchilla in het wild zo goed als uitgestorven.

De chinchilla heeft een lichaamslengte van 25 tot 35 centimeter en een gewicht van 450 tot 700 gram. De lichaamstemperatuur van de chinchilla is 37 graden en het dier wordt gemiddeld tussen tien en vijftien jaar oud.

De chinchilla staat bekend om zijn zachte en dikke vacht waarop 40 tot 120 haren uit elke haarwortel groeien. De kleuren van de chinchilla lopen uiteen van grijs, beige, wit en bruin tot zwart. Ook is een combinatie van kleuren en tinten mogelijk.

De chinchilla wast zijn vacht door te baden in speciaal zand. Dit zand neemt vuil en vettigheden op. De snorharen van de chinchilla bereiken tot een derde van de lichaamslengte van het dier. paarden

De chinchilla is een echt groepsdier. Wie chinchilla’s in gevangenschap houdt, wordt dan ook aangeraden deze in groepen te houden. Het houden van enkel vrouwtjes of enkel bokjes is daarbij geen enkel probleem. Zet je echter één bokje bij een groep vrouwtjes, dan leidt dit tot ruzie met mogelijk de dood tot gevolg.

De chinchilla is een planteneter, in de vrije natuur at hij voornamelijk dorre grassen, kruiden en struiken. Suiker, vet of vochtige bestanddelen mogen chinchilla’s absoluut niet hebben, omdat hun darmstelsel daarvan van streek kan raken. De chinchilla is, in tegenstelling tot de meeste andere knaagdieren, geen zaden- of graaneter. In de dierenwinkel is speciaal chinchillavoer verkrijgbaar, met droge elementen en extra vitaminen en mineralen.