Knaagdier als huisdier
|
|
|
De cavia als huisdier
De cavia, of huiscavia, is de meest voorkomende caviasoort. Het diertje komt van nature in de Andes voor en is waarschijnlijk ongeveer drieduizend jaar geleden door de voorlopers van de Inca’s gedomesticeerd. Sindsdien is de cavia een gangbaar huisdier in Europa.
Cavia’s zijn niet erg atletisch. Ze kunnen niet goed springen en klimmen. Een cavia die van een meter hoogte op de grond valt kan bovendien ernstig inwendig letsel oplopen. In het wild leeft de cavia op grasvlakten en slaapt hij in zelfgemaakte holen.
Ook kan het voorkomen dat hij holen van andere dieren overneemt. Cavia’s eten in het wild vooral gras en plantaardig materiaal, zaken die voor andere dieren over het algemeen moeilijk verteerbaar zijn.
Cavia’s zijn het meest actief in de ochtend- en avondschemering. Door de plaatsing van hun ogen hebben ze een goed overzicht van hun omgeving en van de hemel. Op die manier kunnen ze roofdieren en roofvogels snel opmerken, maar ze kunnen minder goed zien wat er zich net onder hun neus bevindt. Eten bijvoorbeeld, vinden ze op geur en op tast.

De cavia heeft met de mens en de chimpansee gemeen dat hij niet in staat is zelf zijn vitamine C aan te maken. De cavia moet dit dus in zijn voer voldoende krijgen toegediend om gezond te blijven.
In gevangenschap kan een cavia ongeveer vier tot zeven jaar oud worden. In uitzonderlijke gevallen worden cavia’s wel tien jaar oud. Net als bij andere huisdieren geldt hier dat verder doorgefokte rassen over het algemeen minder hoge leeftijden bereiken.
|
|